30-06-04

Hoofdstroom

De laatste van juni! Heb ik hier naar uitgekeken? Zeker heb ik hier naar uitgekeken. Elk jaar wat intenser, wat voller. Elk jaar wat ouder, - dodelijker vermoeid, ik geef het toe, steeds vaker dus tussen hangen en wurgen - kijk ik reikhalzend uit naar het einde van juni. Haalt ie het of haalt ie het niet… De schoolpoort heb ik dit keer wel heel erg letterlijk dichtgeklapt. Met een klap! En in een jaarlijks ritueel hoorde ik ook nu weer het laatste krijtje knakken tussen mijn meesterlijke vingers. Knak! Want, zeg mij, wat heb ik in het voorbije jaar geleerd dat ik al niet wist, wat heb ik opgestoken van mijn eigen lessen? En nu, alsof het niet meer op kan, alsof het helemaal mijn eigen grote verdienste is, ligt daar weer in het verschiet de warme weelde van twee volle vrije maanden. Voor het grijpen. En niets aan het hoofd dat niet aan het hoofd moet zijn. Tijd is wat ons onderscheidt, tijd is wat ons tot mensen maakt. Groot de vakantie die nog moet beginnen! Om maar meteen onder een goed gesternte te beginnen zijn we ook nu weer – het kon niet vlug genoeg - de auto ingedoken. Ook dat is een ritueel van jaren ver. Er even, eind juni-begin juli al meteen al enkele dagen tussenuit te knijpen! Uit te waaien! Alsof we voorsprong willen nemen op wat nog moet komen! Wandelschoenen, fietsen mee, kaawel en kaawee… Weg! Eindelijk weg uit dat vervloekte atelier, weg van al die uur- en lessenroosters, dat zure trage doen van ladders en van leren. Weg met de trage domme moppen uit leraren- en andere kamers. (Waarom de koeien Museeuw telkens weer willen volgen? Omdat ze hem nog kennen van bij de veearts natuurlijk…). Weg dus en kijken waar het schip dit keer wil stranden. Een plek aangewezen op een kaart en hier, nergens elders, aangekomen. Hier is waar ik zit nu, geheel en al residerend als een kleine gekrompen koning in Hotel Villa Mérode. Het kon net zo goed Heppen, Kleine Brogel of Zoerle Parwijs geworden zijn. Het kon ook de andere kant, de zee, geweest zijn maar het is hier en niet verder geworden. Meeuwen-Gruitrode, dorp van zielen en van zeilen. Niet eens zo heel ver van bij ons thuis. Amper 1000 steenworpen ver. Of iets meer, ik wil er af zijn. Maar het is hier en niet thuis. Het is voorbij de heuvels en dat is wat telt nu. Tessenderloo-sjemie voorbij, kamers verdeeld en ingenomen (“kinderen hier, mensen daar”). En in Bree dat we nog kennen van destijds en toen (en ook al niet eens zo heel ver hier vandaan) het al meteen breed laten hangen. De val van Ikaros in de Nieuwstadstraat en daarnet nog. In ’t Sythof een lofzang aangebroken op zoet en zuur. Aardbei en sojascheut, niets past beter bij elkaar voor wie tijd heeft zoet te maken. Meer hoeft het voor ons, arme boergondiërs, niet te zijn. Aardbei en sojascheut! Aan de vooravond van de grote vakantie moeten we rusten en ons inlaten met en wennen aan een zomerleven vol beloftes. Immers: Een zee van tijd. Immers: Mogelijkheden zat. Straks wenden we alsnog de steven en hijsen ons op de weg naar Werchter. Mainstream met grote M, ik weet het wel, hoofdstroom maar kaarten hebben we wél! Hopelijk krijgen we de heer Bowie alsnog te zien (trek toch gewoon die schouder weer in de kom, David). Zeker zien we Polly Jean en Tortoise. En… en daarna, na het gestrompel op de wakke weide, stoom ik meteen maar door, helemaal en recht naar London. Met rugzak en ticket op bezoek bij Tuymans en Hopper, broederlijk aan elkaar gekoppeld en gelinkt. Een eer voor de man uit Antwerpen die laatst nog zei dat ook de kunst een ratrace geworden was, die ook hem, zelfs hem te pakken had… Wat hadden wij dan gedacht. Dat hij daaraan ontsnappen kon. Ook William Klein in datzelfde Antwerpen wil ik niet missen van de zomer… En nog zoveel dingen meer… Opgaan, verzuipen wil ik in die zomer. Alsof het telkens weer de laatste keer kan zijn. Maar eerst toch nog even hier. Languit in Meeuwen-Gruitrode. Twaalfduizend en zoveel zielen, pendelaars, forenzen, gothische kerk, valleien, beken, holle wegen… Heide en ven. Van heinde en ver zijn we niet gekomen, maar het is hier en niet elders. Uitkijkend over tarwevelden zonder einde valt hier helemaal niets te beleven. En juist daarom. Juist daarom zijn we hier. Drie dagen aan het eind van juni. Overdag maken we zwerftochten waar we niets van begrijpen. We staan versteld van onszelf en van elkaar. En ’s avonds, bij de ingehouden verhalen, bij al dat ingetoomde, kijken we uit en stellen ons voor hoe het zal zijn straks, als het grote branden van augustus voorgoed zal beginnen.

09:05 Gepost door AnoniemeMeester | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |