28-04-04

Vierman

Vierman! Het gebeurt wel vaker dat ik hier (in dit drommelse krocht vol licht, én kunst én klieverij) net voor de middag mijn vriend Vierman op bezoek krijg. Jawel, steevast zowat omstreeks kwart voor twaalf, het zou er aan mankeren dat het vroeger was. De verlokkingen van de witte Porto net voor de middag, weetjewel. Want zo is ie wel onze Vierman, waarlijk en helemaal een heer om port mee te drinken! En vergis u niet, beste kunstvrienden, Vierman bestaat, ondanks de naam die ik hem hier vandaag geef, wel heel degelijk en helemaal in het echt. Taaie gast, kwaaie klant. Voor wie echt met hem wil communiceren, voor wie echt tot hem wil doordringen is het immers kwaad kersen met hem eten. Geert Vierman woont hier wat verderop in wat ik noem, de kernsplitsing van het dorp. Jarenlang was hij in een ander dorp hoofdonderwijzer en da’s hem redelijk aan te zien. Of liever, vooral aan te horen is het hem. Vierman brengt immers, als ie hierheen komt fietsen, altijd wel een paar partikuliere en belerende filosofietjes voor me mee. Exquis en exclusief. Nadenken over Nadenken. Abstract tot in het kwadraat en in de kist… Het is hem zowat op het lijf geschreven. En iemand jennen ligt hem ook al. Laatst opperde hij met redelijk veel verve opnieuw één van zijn doorwrochte stellingen. “Dat schilders het makkelijk hebben”, zo luidde het, “heel erg makkelijk. Schilders hoeven van nature niet na te denken… En als ze dat al doen dan doen ze het altijd achteraf…”. Ik stond hem bij die woorden even verwaaid in de vlakte aan te kijken… Even niet terug had ik. Een beetje pulkend, een beetje draaiend met de handen. Het leek wel een verdict. En misschien was het dat ook. Vierman kent me nogal, moetjeweten. Voelde ik me dan persoonlijk door zijn woorden aangesproken? Wellicht wel. In elk geval heb ik mij sindsdien al vaker betrapt op het wat nader bekijken van mijn eigen structuren, mijn eigen maniertjes en manieren van werken. Het gaat bij mij, éénmaal aan het werk, wel vaker met de grove borstel. Kolkend, striemend, voluptueus… Zonder schaamte de zotskap op de opperschedel. Monstertjes en demoontjes, ze komen maar. Krabbenkokertjes, kleffe kemeltjes, lieflijk gespuis. Opgetrokken, opgeschrokken uit de verf. Uit niets dan de verf…  En ha, wat zou ik, Vierman, wat zou ik iets veranderen. Laat de formule bij mij maar zoals ze is, never change a winning team, want sta me toe, steeds beter gaat het, eenmaal de winter en het gepiep voorbij, is er geen houden meer aan. Schilderen op zijn best, het is en blijft een vorm van uitbundig vegeteren. En zo wil ik het nog het liefste houden… Wie al teveel gaat nadenken vooraleer ie wat uitvreet is immers al van vooraf aan de pineut, de risee, de algehele verlamming nabij. Eerst wou ik nog geloven dat er iets mis mee was. Nu weet ik wel beter. Er is helemaal niks mis met dat schilderen van mij. Schilderen is een feest! Vierman heeft gelijk: schilders hoeven niet na te denken. En dat, mijn beste kunstvrienden, dat is zoals ik het een hele lange zomer lang uiterst uitbundig wil houden.


12:51 Gepost door AnoniemeMeester | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |